About us

Het ritme is de magneet, het beeldvlak het magnetisch veld. Tekens voegen zich samen en scheiden zich overeenkomstig principes van aantrekking en afstoting.

Er vormen zich ritmische patronen waarin alles verbonden is en past, ontstaan vanuit een intuitieve geometrie. In tegenstelling tot een analytische vergt mijn werk een synthetiserende instelling van de toeschouwer.

The rhythm is the magnet, the image plane the magnetic field. Signs merge and separate in accordance with principles of attraction and rejection.

Rhythmic patterns form in which everything is connected and fits, originating from an intuitive geometry. My work requires a synthesizing attitude of the spectator, not an analytical one.

Linda Vinck

 

WHAT THEY SAY

Linda Vinck produces fine works of art by combining her delicate sensitivity with influences from the time she spent in Africa, her rhythmical visual work stimulates the primal memories within us all as humans.

Norimassa MIZUTANI, Tokyo, 2012

poem

Mavis Smallberg, Caversham, South Africa, 2009

Vandaag introduceert Linda Vinck een nieuw en actueel kunstbegrip in haar werk: de synesthesie, de verbinding van verschillende zintuigsferen. Met de titel “FUNANÁ” wil zij de band tussen haar beeldend werk, met een grote ritmiek, kleur repetitief en serieel karakter en de muziekvorm “Funana” uit Kaapverdië onderlijnen.

Een woordje commentaar: Dat Kaapverdië de archipel is van de muziek, is hier reeds goed doorgedrongen. Misschien even herinneren dat dit land pas in 1975 onafhankelijk werd, na vijf eeuwen dominantie. De Kaapverdische identiteit is dus gebaseerd op die gedwongen ontmoeting tussen de cultuur van Portugese meesters en die van de Afrikaanse bevolkingsgroepen.

Funaná, waar Linda Vinck aan refereert, is het eindproduct van een toeëigeningsproces, een appropriatie door de gemarginaliseerde zwarte bevolking van een bij uitstek Europees instrument, de accordeon. Dit instrument moest oorspronkelijk het harmonium vervangen in kerkdiensten, maar werd algauw daarnaast ook gebruikt voor populaire bals, geboorte-en huwelijksfeesten. De accordeonist wordt daarbij begeleid door de zogenaamde “ferrino” speler, die het ritme aangeeft door met een keukenmes op een ijzeren staaf te schrapen. Indien er bij gezongen wordt in het creools is dit steeds vol metaforen. Kaapverdiërs zijn ook een poëtisch volk.

Als een accordeoniste, een Funaná-speelster, componeert Linda Vinck met lijnen, tekens en vormen, met kleuren ook odes aan het leven waarvan zij hartstochtelijk houdt.

Ik wil eindigen met een citaat van haarzelf, geformuleerd in 1989, maar vandaag in haar huidig werk actueler dan ooit:

“Ritme heeft de merkwaardigheid dat het tegelijk beweging (wil) en wetmatigheid (denken) is.
Het ritme is de magneet, het beeldvlak het magnetisch veld. Tekens voegen zich samen en scheiden zich overeenkomstig principes van aantrekking en afstoting. Ritmische patronen vormen zich waarin alles verbonden is en past, ontstaan vanuit een intuïtieve geometrie. In tegenstelling tot een analytische vergt dit werk een synthetiserende instelling van de toeschouwer.”

Einde citaat en einde van mijn verhaal.

Ernest van Buynder, voorzitter MuHKA
Galerie Wollondilly, Antwerpen, 2004

The work of Linda Vinck seems to be suffused with a unique energy instilled by the primary colours: red, yellow and blue on the black background of an allusive board. She has constructed a calligraphic scaffolding of undecipherable meaning an a black-stained support.

Her work, in some way, seams to wish to convey the impulse of an electronic circuit field in which a type of physical process is unleashed which indicates the unstoppable course of a source of energy, given that the composition gives the impression of wanting to break out from the vertical bounds of the support. In spite of the monotonous and repetitive sensation of the sequences, the work exude a plastic beauty and creative harmony, qualities to which a certain narrative intention must be added.

An intention that becomes more meaningful in the light of the titles of the pieces patterns of paradise 1 and 2 from 1992, and the later Kemper Meets Chladni from 1997, in which the artist more sharply defines the space of the composition. She uses two wooden planks for the piece, one for the back-ground staining and another for the making of the colours.

Maria del Mar Diaz Gonzalez
La Estampa Contemporánea en Flandes, 2000

Het werk van Linda Vinck lijkt abstract, maar kan ook als uiterst realistisch benaderd worden. Het beoogt een weergave te zijn van een essentiële karakteristiek van de realiteit: de beweging.

Alle onderdelen, alle fragmenten van de beweging zijn op elkaar betrokken. Op zichzelf betekenen ze niets. Juist doordat ze afhankelijk zijn van elkaar roepen ze elkaar ook op. De rijkdom van de beweging ligt evenwel niet alleen in de onvoorstelbare bewegingsonderdelen maar vooral in de vloeiende lijn die ze te zien geeft. Een beweging ontleden is haar eigenheid ontkennen. Niet de aaneenschakeling van eerst ontlede, en dus gescheiden,delen maakt de beweging tot beweging, wél de ineenvloeiing van wat nooit delen zijn geweest…

…De ductus, zoals men de grafische lijnvoering wel noemt, vertolkt Linda Vinck’s gevoelsdraad. Hij fungeert als notenbalk én als picturaal notenschrift. Ontworpen, onderling gecombineerd tot een vloeiende lijn die Vinck direct in de linoleum snijdt, verschijnt het geheel bij het drukken tenslotte in het papier als de objectieve vorm van een geïntensifieerde ervaring. Vincks persoonlijke verhaal is daarmee weggedrukt. Men zal tevergeefs één aneckdote in haar werk naspeuren. Het individuele gevoel is, letterlijk, ingedrukt tot ritmisch patroon dat voortaan een eigen leven leidt. Het repetitieve schrijven heeft de schrijfster zelf weggedrukt, weggecijferd. Zo slaagt Linda Vinck er toch in een oude droom uit het illusie-arsenaal van de mensheid te verwezenlijken. Wat beweegt heeft zij vastgelegd. Vincks partituren kunnen door iedereen op haar of zijn manier worden gezongen. Om te participeren aan de visuele kracht van haar grafiek heeft niemand een intellectuele handleiding nodig. Men heeft slechts innerlijk te dansen of te zingen.

Opdat alles in beweging blijve.

Frans Boenders, Onherleidbare Beweging, De partituren van Linda Vinck
K&C 50

BIJ EEN LINOSNEDE

Snijdt de guts de zachtste wonde,
Het geweld van beweging in ritmen
Van stilte zonder tijd

In de scherpte van mijn oog tekent
Een mes de volheid van leegte, het
Onzichtbaar herkennen van de hartslag.

Zo draagt gij een eigen dans in de mooie
Waan van een klein heelal en
De hardheid van weerloze overgave.

Een lijn wordt licht op dit podium van
Papier, in dit forum van stigma's
Die brandstichtende vogels zijn.

(Sterren vallen sterveloos in lichtjaren
Oneindigheid. Dit is mijn pijnloos besef van
Het kwetsend tergen in de tederheid van schoonheid.)

poem

Nic van Bruggen, 1991

ONTMANTELEN

PoemartworkMet transparante diepzeegebaren
het groeien koesteren en de tijdstroom keren,
met flitsen uit het verleden
het zinken van het vlak doorbreken,
met bedwongen hoogtevrees
zweven tussen deze leegte
en de oeverloze tijd.


zo springt het moment keer op keer
uit het zog van de vergetelheid,
ankert zich in het verleden
en steekt de draak met de eeuwigheid.


zo plichtsgetrouw de ongeschreven wetten
beheren, van teken tot teken geschiedenis schrijven.
Maar als de tijd verstek laat gaan
verkrampen de diepzeegebaren.

Marcel van Maele, Koppelteken, 1985